redsq
Piet Beertema: jeugd en scholen



• sommige van de genoemde plekken zijn op Google Earth aangegeven •

• alle foto's kunnen worden aangeklikt voor een grote(re versie •


|  intro  |

Na hun huwelijk in 1940 zijn mijn vader en moeder komen wonen in de Roelantstraat 4 ³. In dat huis zijn ik, mijn jongere broertje en (nog) jongere zusje geboren en opgegroeid. Op de foto zijn we aan het spelen op de veranda aan de achterkant van het huis.
Vanaf ons balkon keken we op de Admiraal de Ruyterweg richting De Rijpgracht, op de sportvelden (nu grotendeels bebouwd) aan de Joos Banckersweg, en op de Erasmusgracht. Aan de overkant van de Erasmusgracht lag, voorbij de sportvelden, het Jan van Galenpark, later omgedoopt in Erasmuspark. In de Roelantstraat hebben we de februaristorm van 1953 nog meegemaakt, die met name in Zeeland en de Zuid-Hollande eilanden tot een waternoodramp leidde. Voor ons kinderen was het loeien van de storm meegemaakt, vooral; 's nachts ronduit beangstigend. In Zeeland en de Zuid-Hollandse eilanden leidde de combinatie van noordwetesrstorm en springtij ("hooghoogwaterspring") tot een watersnoodramp van ongekende propoerties, met op allerlei plaatsen dijkdoorbraken en zo'n 2000 doden tot gevolg. Deels was dit ook te wijten aan "Hilversum". want klokslag 12 's nachts werd het Wilhelmus - gespeeld (een ellenlang lied dat nog nooit is aangepast/herschreven en daardoor volslagen detoneert in de recente(re) situatie. Is er nog iemand die de koning van Spanje eert? Of van Duytschen bloed is, zelfs na de twee wereldoorlogen? Strikt genomen geldt het voor mijzelf, want mijn verre voorouders komen (rond 1600) uit Duitsland. Moet het dan Diets zijn? Nee: dat is alleen maar een term waarmee de oude Middel-Nederlandse regio-talen werden aangeduid. Ook dus al bepaald niet iets hedendaags).
We haden het dus over het einde van de dag en de radio die uiterst waardevolle en levensreddende hulp had kunnen bieden tijdens die rampnacht. Maar nee: strikt volgens voorschrift werd om twaalf uur 's nachts de zender uitgeschakeld. Dat zich toen al een ramp van epische proporties aan het voltrekken was, land werd verzwolgen en mensen en dieren verdronken, zelfs dat vermocht niet de radiobazen op andere gedachten te brengen, de radio door te laten gaan met uitzenden (en dus informeren en zodoende helpen). Regels zijn tenslotte regels, nietwaar? Negeren ervan, en daarmee informeren (bijv. met informatie van en sturing door de helikopterpiloten die met gevaar voor lijf en leden in de razende storm boven de overstromende gebieden door bleven vliegen) en coöordineren had veel mensen het leven kunnen redden als men toen door Maar "regels zijn tenslotte "nietwaar? Was blijven zenden, dan hadden de werkelijk heldhaftige helikopterpiloten, die toen lijf en leden op het spel zetten om nog zoveel mogelijk mensen op te sporen en te redden van de daken van ondergelopen huizen en boerderijen. Maar ook vee van het ondergelopen land naar vaste grond kunnen meelokken of jagen.
 
Over de Admiraal de Ruyterweg reed in die tijd nog de "Blauwe Tram", in twee gedaanten: de "Kikker" (Spuistraat - Sloterdijk) en de "Haarlemse tram" (Spuistraat - Sloterdijk - Haarlem - Zandvoort).
De Kikker was een hele oude tram: een Métallugique van begin 1900. Ze hadden een klein vermogen, en als de bestuurder niet goed oplette, was dat het begin van een vast ritueel: de tegen het plafond van het voorbalkon gemonteerde maximaalautomaat schakelde uit, de bestuurder draaide eerst de rijkruk naar nul en deed daarna een greep omhoog naar de kruk van de maximaalautomaat om die weer in te schakelen. Je wende eraan, maar vermakelijk was het wel. Overigens reed er ook een Métallugique als stadstram met sleepbeugel tussen Sloterdijk en het Haarlemmermeer en Nassauplein, waar een kopstation was (de rails eindigden vlak voor een groot gebouw). Achteruitrijden kon met een sleepbeugel niet - om terug naar Sloterdijk te kunnen rijden moest eerst het "beugelzwaaien" worden uitgevoerd (beugel aan touw omlaag trekken, dan lopend een halve slag draaien en tenslotte rustig het touw laten vieren totdat het sleepstuk van de beugel weer tegen de bovenleiding drukte. Die trams waren al erg oud, het spoor was oud en niet echt recht meer, dus de tram schudde tijdens het rijden als een bezetene, en dat zo vlak langs het water... wat je noemt een een nogal beangstigende ervaring.
 
Van de Haarlemse tram waren er twee uitvoeringen: het type "Beynes" van de firma Beijnes in Haarlem, en het type "Boedapester" van de firma Ganz in Boedapest. Zie ook de webpagina Tramarchief: De tramlijn Amsterdam-Haarlem-Zandvoort, of nog beter: bezoek het NZH Vervoermuseum. Daar staat ook een geheel gerestaureerde Boedapester opgesteld (helaas alleen een bijwagen; van de motorwagen is geen enkel exemplaar bewaard gebleven). Persoonlijk vond ik de schonkige Boedapester het mooist, omdat hij zo'n kracht uitstraalde. Menigmaal zijn we met die tram naar Zandvoort geweest. Maar nooit is het me toen opgevallen dat er in het plaatsje Halfweg, waar de tram een halte en een opstelspoor had, een echt, werkend stoomgemaal was, terwijl je dat toch vanuit de tram kon zien. Maar ja, er was afleiding: de tram reed daar "zwevend" over een breed water (Zijkanaal F, naar ik later leerde), en niet over een "echte" brug, maar over "alleen maar een paar ijzeren balken", en dat was natuurlijk heel erg spannend en ook een beetje beangstigend! En uitgerekend daar, bij Stoomgemaal Halfweg dat ik vroeger vanuit de tram niet zag, zou ik in 2010 vrijwilliger-conservator-techneut-ict'er worden... De tram was toen al meer dan 50 jaar eerder opgeheven en de trambrug gesloopt.
De sluisjes zijn gelukkig bewaard gebkeveb, evenals de brug waarover de allereerste stoomtrein van Nederland reed (eerst smalspoor, later normaalspoor).
 
Mijn vader - na de kweekschool begonnen aan de Jan de Liefdeschool - was in die tijd onderwijzer aan de Pieter Oosterleeschool, (de naam die in fraaie gesmede letters stond was "P. Oosterleeschool") en ook al was het behoorlijk ver van ons huis (zo'n 2 km), het lag toch voor de hand dat de kinderen daar ook heen zouden gaan. Dat gebeurde dus ook. Ons vervoermiddel naar school was wat toen nog "autoped" heette (en nog geen rem had...). In die tijd kon dat nog, want auto's waren een zeldzaamheid, en je kon als kind een - toen al - brede straat als de Hoofdweg nog oversteken zonder de kans platgereden te worden door zo'n opgevoerde elektrische "fatbike" of of zo'n SUV waarmee ouders later hun kinderen van 200 meter ver naar school meenden te moeten brengen. Later gingen we met de autobus, zo'n geval met een enorme kast voorin waar "Kromhout" op stond en waar de verre van stille motor in zat, met opzij een hele lange versnellingspook. Die kast fungeerde ook als tafel voor de buskaartjes en het geld.
 
Naar de Pieter Oosterleeschool ging ik ook vaak via de Admiralengracht. Begin jaren '50 werden daar opeens op de wallekanten, een stuk boven het water, op paaltjes staande kademuurtjes gebouwd (rechts zichtbaar) die nergens voor leken te dienen, maar die later verband bleken te dienen als nieuwe kademuur na met de verhoging van de waterstand in de gracht (en in de Erasmusgracht) van polderpeil (NAP -2,10) naar stadspeil (NAP -0,40) i.v.m. de bouw van de Westelijke Tuinsteden. Ik heb toen ook één of tweeeen par stenen ervan mogen metselen. Pas veel later begreep ik dat ik met mijn ongeschoold metselwerk een uiterst kleine - maar door de metselaar wel goedgekeurde! - bijdrage had geleverd voor de ontpoldering van de Sloterpolder, maar dus ook voor de onteigening van de tuinders daar. Aan het eind van de Erasmusgracht, vlakbij de Joos Banckersweg, werd een eenvoudig pompstation van gofplaat gebouw, met een dikke ijzeren buis onder de Roelantstraat, de Admiraal de Ruyterweg (onder de tramrails door) naar en door de kademuur van De Rijpgracht (onder water (stadspeil), dus onzichtbaar). Mijn jongere broertje, nogal een waaghals, is destijds in de gegraven gleuf gevallen en klem komen te zitten tussen buis en gleuf, wat voor nogal wat paniek zorgde, maar met de nodige hulp en moeite is hij is er veilig uitgetrokken. Later is het pompstation vervangen door net bouwwerk, midden in het water. Ik heb dan ook reden om aan te nemen dat het nog steeds gebruikt vordt om overtollig regenwater uit de tuinsteden naar De Rijpgracht, en daarlangs uiteindelijk naar buiten, naar het IJ, het Noordzeekanaal en zee. Voorbij de Jan van Galenbrug, die ooit als vuilstort diende, later is opgeruim, waarna er de jaarlijkse kermis plaatsvond, om uiteindelijk bebouwd te worden. De bebouwingsobsessie heeft ook de molen voorbij de Jan van Galenstraat getroffen: door de toenemende benouwing kon hij niet of nauwelijks meer wind vangen en begon hij tekenen van verrotting te te vertonen, maar de gemeente wilde hem hoe dan ook daar als monument laten staan en hem beslist nier naar een andere, gunstiger plaaats verplaatsen. Maar ja, de gemente Amsterdam heeft wel vaker domme dingen gedaan, en dat gebeurt nog steeds. Overigens was de oudste broer van mijn moeder, als werknemer bij Groenpol (Groenewoud en van de Pol) betrokken bij het onderhoud van de brug, maar helaas heb ik er nooit een kijkje mogen nemen ("te gevaalijk bij die grote zware onderdelen, hoge spanningen, en elektromotoren die het grote, brede en loeizware burgdek op en neer draaiden (het dek werd overigens door een even zwaar, maar tegengeseteld draaiend verlenngstuk van de blugklap omhoog gehouden en tijdens het draaien volledig in balans (alleen voor het starten van opgaande en neergande beweging was extra (mechanische en elektrische) energie nodig. Ook bij sneeuw en vriezend weer en zware vervuiling van de weg en rails was dit nogal eens nodig.
De (toen nog) fraaie draaibare gesmede hekken over de rijweghelften en trottoirs (die over de laasten werden altijd als laatste gesloten, want voetgangers zijn nu eenmaal niet zo snel. Het sluiten van de hekken was een fraai gezet: de brugwachters hadden geleerd ze precies zo'n zet te geven dat de met enig licht gekloken in hun gerndelhaken vielen. De fraaie hekken zijn later vervangen door de bekende lelijke dunne rood-witte elektrisch slagbomen, Gelukkiig is van alk van de fraaie oud slagbomen er éénn exemplaar bewaars gebleven op het terrein van het gemeentemuseum van Amsterdam aan de Zaanstraat (het beroemde en veruit mooiste gebouw in Amsterdamse School stijl; het stond op misschien 200 meter lopen vanaf het huis van mijn grootouders-van-vaderskant, maar ik heb ze er nooit over gehourd, vermoedelijk omdat het te werelds was voor het zwaar gereformeerde karakter van het deel waar zij woonden (dat dat deel van de woningbouwvereniging "Patrimonium" ("Vaderlijk Erfdeel") was zegt waarschijnlijk al genoeg). Als we via de Spaarndammerstraat naar de Zaanstraat liepen, kwamen we uiteraard ook langs het blok in de Amsterdamse School stijl in de meest pure en extravagante uitvoering. Het verbaast me nog steeds dat mijn vader ons kinderen nooit op dat prachtige gebouw heeft gewezen, terwijl het veruit mooiste deel van het blok aan de Zaanstraat lag, aan het begin waarvan onze grootouders (van vaderskant) woonden. De verklaring is vermoedelijk dat het vanaf het Nassauplein naar het begin van de Zaanstraat korter lopen was via de Spaarndammerstraat dan via de Zaanstraat (waar een bocht in zat waar hij overging van parallel aan het spoor naar weglopend ervan).
Als alternatieve route liepen we ook wel vanaf Sloterdijk via de smalle, pittoreske en kronkelige Spaarndammerdijk (het toen daaraan gelegen Petruskerkje met kerkhof staat er anno 2026, gerestaureerd en fraai opgeknapt, nog steeds). Vanuit opa en oma's hui keken we op achtereenvolgens een kaal terrein, waar later het Brediusbad zou komen, het spoor, en daarachter een lijnwerkplaats voor het spoor.
Pas heel veel later, toen mijn vrouw en ik een fietstocht maakten door Amsterdam, langs de mij van vroeger bekende plekken, öntdekte" ik het gebouw, dat toen (sinds 2001) museum Het Schip was geworden. (Het hele gebouw heette al zo sinds de bouw in 1920).
 
Mijn vader gaf naast "gewoon les" ook Engels en Frans (Frans is altijd zijn grote liefde gebleven; hij heeft er tot kort voor het eind van zijn leven les in gegeven, zelfs nadat het officieel geen verplicht vak meer was nadat minister Jo Cals het hele onderwijssysteem had "vernieuwd" (lees: gesloopt). Ook gaf hij wat toen "handenarbeid" heette, en tekenen. Bekend waren zijn tekeningen van kinderen op het schoolbord: Handenarbeid was naast een wchoolvak ook zijn grote hobby, die hij zowel thuis beoefende als buiten schooluren in het handenarbeidlokaal op school mocht beoefenen. Hij heeft zo ook heel veel speelgoed voor zijn kinderen gemaakt, waaronder een heel natuurgetrouw "kind-groot" model van een "Boedapester" tramdeel (één van de twee types van de Blauwe of Haarlemse tram die via de smalle binnenstraatjes van haarlem verder via de duinen naar het eindpunt reed: Zandvoort, waar een grote opstel- en wachtplaas was lakbij het strand; op zomerse dagen zaten die trams altijd barstensvol en bij het eindpunt in Zandvoort stonden altijd rijen mensen te wachten); naast de opstelplaats was er voor de passagiers een lange overkapte wachtgang, waarin ze niet aan de brandende zon waren blootgesteld.
Naast tekenen kon hij zich eindeloos bezighouden met schilderen; ik denk dat hij er minstens 100 heeft gemaakt en tegen kostprijs aan familie (ook in bijv. Portland, OR) en andere geïnteresseerden.
De Boedapester was het zware, schonkige en kracht uitstralende drieledig tramstel, met de motorwagen in het midden. Als de conducteur tussen het voorste en achterste wagen zijn kaartknipronde deed moest de deur van het motorgedeelte even open en werden de passagiers overvallen door een oorverdovend lawaai. Dat kwam niet, zoals de benaming "motoerwagen" suggereert, uuit dat deel, want alle motoren waren, zoals gebruikelijk, in "tramophanging" gemonteerd (de ene kant van de motor draaiend om een as, de andere met een zwaar tandwiel en door het gewicht van de motor op de wielas rustend. Dat de motoren echt zwaar waren behoeft hier geen betoog. Dat het geheel uiterst soepel liep ook niet. De Boedapesters verzorgde samen met de Beijnes stellen de Amsterdam-Zandvoort dienst. Dat de Blauwe Tram door het gemeentebestuur uit de stad is verjaagd is alleen maar doodzonde te noemen. Dat de tram geliefd was bij het publiek bewees wel de enorme mensenmassa die in de Spuistraat afscheid van de tram kwam nemen bij zijn allerlaatste rit.
Zwaar was de Boedapester zeker, maar voor die tijd ook beslist snel: op vrije gedeelten haalde hij 60km/h, en dat bij een totaalgewicht van maar liefst 80 ton! Hij zat dan tegen de top van wat de bovenleiding aan (gelijk) stroom kon leveren (die gevoed werd via met op diverse plaatsen langs het spoor staande kwikdampgelijkrichters (grote gesloten ijzeren vaten met daarin geïsoleerd staande opgestelde ijzeren schalen gevuld met kwik.
 
Een sterk staaltje: toen de kinderen kleuters waren vervoerde hij ze op de fiets: de jongste in een zitje dat aan het stuur hing, de middelste in een zitje op de horizondale buis, en tot slot mij, in een zitje op de bagagedrager. Ik moest wel wachten tot hij op het zadel zat, anders had zijn overzwaaiende been me eraf geschopt... Zijn fiets was een zware, degelijke herenfiets, zonder versnelling en uiteraard zonder elektrische aandrijving. En gelukkig ook geen "smart"phone. Kom daar nu maar eens om...
 
Ook mijn moeder (ooit begonnen aan de Smalle Padschool (zie opm.) heeft aan de Pieter Oosterlee lesgegeven. Als invalskracht, wel te verstaan, bij ziekte, zwangerschap of ander fysiek belemmerend ongemak. Dat heeft ze zelfs ruim 20 keer gedaan, op diverse scholen. Vaste leerkracht kon ze niet meer worden, want volgens de toenmalige vrouwonvriendelijke wetgeving werden vrouwen direct na hun huwelijk handelingsonbekwaam (!) - behalve voor het produceren, oppassen op, verschonen, voorlezen, opvoeden en grootbrengen van het kroost gold er voor hen een arbeidsverbod!
 
Als tijdelijke leerkracht heeft ze op nog heel veel andere scholen lesgegeven, maar het zou te ver voeren om die - voorzover ik de namen kan terugvinden - in deze context allemaal te gaan noemen. Dat het er 23 zijn geweest weet ik wel, want een overzicht ervan heb ik bewaard, al acht ik de kans groot dat dat na mijn overlijden bij het oud papier belandt.
 
Mijn vader overleed in 1977, nog maar 62 jaar oud. Ik denk nog vaak aan hem, al koos hij expliciet voor de vergetelheid: crematie met anonieme verstrooiing van de as. Mijn moeder overleed in 2005, 91 jaar oud voor de verstrooing van haar as mocht ik, met toestemming van mijn broer en zus, de plek kiezen. En dan kan er iets wonderbaalijks gebeurem: je loopt langs een plek, direct naast een boom, waarvan je zonder aarzelen meteen zegt: hier is het, dit is de plek. En net als bij mijn vader is die plek ongemarkeerd.
 
Opm.
De naam Smalle Padschool kan licht de indruk wekken dat die een "christelijke" achtergrond heeft. Niets is echter minder waar: de school is genoemd naar het "Smallepad", het looppad dat daar vroeger vanuit [de tuinderijen in] de Sloterpolder omhoog naar de stad leidde. De Snalle Padschool zelf is een bijzonder fraai stukje Amsterdamse School bouw, met veel ornamenten en details (zoals langs de dakrand, en de smeedijzeren cijfers van het bouwjaar). Het is zeer aan te bevelen om er eens een kijkje te nemen en foto's te maken, liefst niet met zo'n flutding dat ten onrechte "smartphone" heet, maar met een echte camera plus telelens.
Overigens gold het verbod op "ambtelijke" (d.w.z. bij de overheid en daarmee gelijk te stellen beroepen, zoals in het onderwijs) vrouwenarbeid - ook voor mijn moeder: de dag na haar trouwen werd zij ontslagen. Het verbod was trouwens in de wet gekomen op instigatie van en sterke pressie door het "christelijk" smaldeel in het parlement: volgens hun bekrompen opvattingen was een getrouwde vrouw eigendom van haar man en hem diende ze dan ook in alles te gehoorzamen. Alleen op tijdelijke basis - schoolkindertjes moesten natuurlijk wel les krijgen! - werd oogluikend toegestaan dat ze werkten, maar ook al was het nuttig en werd het betaald (aan de man!), het telde toch niet als "echt werk. Voor de rest was haar plaats thuis, bij de kindertjes. Wel was het haar toegestaan om boodschappen te doen - tot dat niveau kon de man zich natuurlijk niet verlagen - hij had wel wat beters te doen... Niet voor niets luidde het oude gezegde "het enige recht van de vrouw is het aanrecht".



 
Na de uitgebreide intro dan nu over mijn scholen/schooljaren
 


|  kleuterschool  |

Cornelia Boschschool
(Magalhaensplein, Amsterdam)
1947-1948
  • [voorste rij, v.l.n.r.]
  • naam??
  • Zusje Vet
  • Joop Hodde  (†)
  • Carla ? (met pop)
  • naam??
  • Trudy Kahlé (in kruiwagen)
  • naam?? (handen in zakken)
  • [tweede rij, v.l.n.r]
  • naam??
  • naam??
  • naam??
  • naam??
  • naam??
  • naam??
  • juffrouw Joke ¹)
  • Helen Rouwendaal
  • [derde rij, v.l.n.r.]
  • naam??
  • juffrouw van der Meer ²)
  • naam??
  • Marijke Schensema
  • Cor de Pijper
  • naam??
  • naam??
  • juffrouw Joke
  • Lia Voortman
  • naam??
  • [achterste rij, v.l.n.r.]
  • Henk Brinkman
  • naam??
  • Evert Werkman
  • Berend Werkman
  • Ria Ruisaard
  • Willy Groen *)
  • Piet Beertema
  • Henny Kwaak
  • Alex Schelvis
  • Chris Bakker
  • juffrouw de Knijff ³)
  • Willy Boer
  • naam??

Van de kleuterschool weet ik vrijwel niets meer. Met Ria Ruisaard zou ik later, op de Pieter Oosterleeschool, weer in de klas zitten.
 
De kleuterschool zelf stond aan de Willem Schoutenstraat, maar in dat gebouw zelf heb ik nooit gezeten, maar alleen in een laag gebouwtje ervoor, aan het Magalhaensplein, waar toen een paar klassen waren ondergebracht. Op de foto staan op de achtergrond de Bethelkerk en de overdekte zandbak.
 
Bij juffrouw Joke zat ik in de klas. En al kon ze wel eens streng zijn, ze was een heel prettig, zachtaardige juffrouw. De andere twee juffen ken ik nog goed van gezicht. De leukste juf vond ik die krullebol rechts achterin.
 
Inmiddels ben ik met Willy Groen, Ria Ruisaard en Henk Brinkman in contact gekomen. Samen hebben ze me geholpen aan flink wat meer namen van klasgenootjes dan in mijn herinnering waren blijven hangen; ik heb ze in het lijstje opgenomen. Van de juffrouw met de krullebol heb ik van Henk de achternaam gekregen, maar ik meen dat we haar bij de voornaam noemden en dat ze een wat "exotische" voornaam had. Maar welke, dat weet ik nog steeds niet. Maar wie weet leest een andere oud-kleuterklasser van toen dit nog eens en kan die me aan die naam helpen.
 
Het contact met Ria leverde me overigens een wel heel bijzondere en volslagen onverwachte verrassing op: van het meisje dat tussen mij en Ria staat en waar ik toen een beetje verliefd op wAS - wat helaas niet wederzijds was - herinnerde ik me heel lang met zekerheid at ze Lientje Groenewegen heette. Ik was dan ook meer dan ook hoogst verrast, om niet te zeggen verbijsterd, toen Ria me vertelde dat ik het fout had en dat ze Willy Groen heette. Het geheugen blijkt maar weer een raar ding dat feiten na lange tijd flink kan vervormen... Mogelijk dat iemand anders zo heette en dat mijn geheugen de naam aan dit meishe is gaan koppelen. En wat er al jong fout in zit kan er heel lang fout in blijven zitten. Maar goed, het leuke was natuurlijk wel dat ik daarna, via Ria, ook met Willy in contact ben gekomen.
 
¹)  
"Juffrouw Joke" heette voluit Joke van Steenderen. Ze was rond 1908 geboren; op de foto is ze dus al rond de 40. Ze was liberaal-joods en had een heel boeiende kennissenkring, zoals beeldhouwer Mari Andriessen, violist Jo Juda, tekenares Ro Mogendorff (tweelingzus actrice Do), en Freddy Hamel, dochter van de actrice Lize Hamel. In de Cornelia Bosch schooltijd woonde ze in de Witte de Withstraat. Van voor de oorlog zijn enkele brieven van haar bewaard gebleven. Haar verdere geschiedenis is onbekend.
 
²)  
Van Ali v.d. Water, die eerder op deze kleuterschool zat, hoorde ik dat de voornaam van juffrouw van der Meer Dora was en dat zij hoofd van de kleuterschool was. Dat laatste kan mogelijk de reden zijn geweest waarom zij niet "juffrouw Dora" werd genoemd.
 
³)  
Van Henk Brinkman hoorde ik dat "die krullebol" van de Knijff heette. Ik ben nog steeds niet achter haar voornaam kunnen komen, maar volgens ons allebei was het wel een voor Amsterdamse kinderen exotische naam.



|  lagere school {1}  |

(Orteliusstraat, Amsterdam)
1948-1954
  • Greetje Keizer
  • Paula Frugte
  • Ria Ruisaard
  • Attie Verburg
  • Bob Bakvis
  • Jan van den Berg  (†)
  • Menno Staneke
Geen klasgenoten, wel schoolgenoten en waarschijnlijk klasgenoten van mijn broer (Joop ) of mijn zus (Mieneke):
  • Lenie Fakkeldij
  • Rietje Hoogerwerf
  • Stella Krabbenbos
  • Saskia Robbers
  • Rob Krook
Verder staat me nog een naam "Lenie Spaargaren" bij, die ik met de Pieter Oosterleeschool associeer. Maar niemand heeft dat nog kunnen bevestigen.
En of Rietje Hoogerwerf dezelfde is als op het Hervormd Lyceum (zie verderop) is ook nog steeds een open vraag.


Van de school en de omgeving kan ik me nog wel het een en ander herinneren:
 
De naam van de school stond in fraaie smeedijzeren letters tussen ook smeedijzeren ornamenten boven de ingang van het gebouw, en op een houten bordje achter een van de ruitjes in de voordeur stond wat voor school het was: "P. Oosterleeschool voor Christelijk Lager Onderwijs".
 
Jarenlang leek het erop of die fraaie letters waren weggehaald, want er zat op die plaats een lelijk wit bord met de nieuwe naam van de school ("De Kleine Prins", voor Zeer Moeilijk Opvoedbare Kinderen), maar de ornamenten zaten er nog wel. In 2013 bleek dat bord verwijderd te zijn en bleken de oude letters er gelukkig nog steeds te zitten - het wezenloos lelijke bord had er alleen maar overheen gezeten en in volle Amsterdamse-School-glorie stond er weer, net als vroeger, "P. Oosterleeschool". Sinds 2016 heet de school overigens Rembrandtparkschool, al staat de historische naam "P. Oosterleeschool" nog steeds fier boven de ingang die, net als het interieur, in stijl behouden is gebleven. Dat heeft er alles mee te maken dat de school een gemeentelijk monument is (inderdaad: sinds 2013).
 
In de grote, hoge lokalen stonden ijzeren kachels die 's winters met turf werden gestookt. En dan waren er natuurlijk de "grote" bruine schoolbanken - helemaal van hout uiteraard ;, met middenvoor in het blad de inkpotjes met schuifdeksels. In de eerste klas waren die de eerste tijd verboden terrein: we moesten het doen met griffel en lei en we konden er alleen maar verlangend naar uitzien dat we "echt" met (kroontjes)pen en inkt mochten gaan schrijven. Dat was een glorieus moment: "Zo kinderen, vandaag gaan we met inkt schrijven; schuif het deksel van je inktpotje maar open en doop je pen erin, maar let op: niet verder dan tot aan het gaatje!". Ook de eerste klas: de tijd van de onsterfelijke "aap, noot, mies" leesplankjes.
 
Aan de overkant van de school was "de katholieke school", zoals we die noemden. Als de deur van die school openstond kon je in de gang een heel groot beeld zien staan. Fascinerend en tegelijk wel raar, want "bij ons hoorde dat niet". Ik herinner me nog goed dat er een klein meisje was in een stralend witte jurk en dat ze door een hele horde leerlingen van onze school werd omgeven, uit pure nieuwsgierigheid. Dat maakte het kind zo bang dat ze in een portiek van de broederschool probeerde te verstoppen. Ik had toen toch wel meelij met haar. Pas later begreep ik dat ze naar haar eerste communie ging, een begrip dat wij helemaal niet kenden. Uiteindelijk werd ze, na ingrijpen van een van de meesters van onze school, met rust gelaten. Bijpassend bij dat rooms-katholieke geheel was een klein winkeltje, "Stella Maris", met allerlei "rooms-katholieke (of beter: prullaria) op de hoek van de Orteliusstraat en de Postjesweg.
Aan de Postjesweg was een imposante rooms-katholieke kerk (Sint-Augustinuskerk, gebouwd in 1931/32, gesloopt in 1977, wat toch eigenlijk wel zonde was), met daarvoor een heel groot trottoir en een brede weg; of eigenlijk meer een plein, want de weg liep dood tegen het talud naar de Sloterpolder met daarlangs de Orteliuskade op stadsniveau. Verkeer was er toen eigenlijk niet. Dat en het zeer ruime trottoir voor de kerk, en dan ook nog vlakbij de Oosterleeschool maakten dat een vaste plek voor het "speelkwartier". Ik kan me nog goed herinneren dat ik een keer voor paniek heb gezorgd toen ik aan het begin van het speelkwartier me geheel verstrooid afvroeg waarom al die kinderen rechtsaf sloegen (naar het speelplein dus, zoals later bleek), terwijl ik linksaf sloeg en naar de bus op de Hoofdweg liep en daarmee naar huis ging. De reactie thuis was natuurlijjk geheel voorspelbaar: "Wat doe jij hier???". Telefoon hadden we toen nog niet, maar gelukkig hadden een paar klasgenootjes gezien dat ik de verkeerde kant op ging, zodat de juf of meester al snel wist waarom ik "vermist" was, en daar werd het ook meteen aan "meester Beertema" doorgegeven. Toen vader thuiskwam heb ik natuurlijk wel wat te horen gekregen...
 
In - als ik me goed herinner - de tweede klas moesten we - voor een ouderavond - een toneelstukje opvoeren, de "bloemenkoningin" of zoiets. Ik moest voor bloempje spelen en een papieren rokje aan, want ze kwamen meisjes tekort... Grote goden, dat was me een drama - een jeugdtrauma van de eerste orde. Pas later realiseerde ik me dat, zeker voor die tijd en voor een Christelijke school, een toneelstuk over bloemetjes en bijtjes knap gewaagd moet zijn geweest. ;-)
 
De verhouding tussen jongens en meisjes lag in die tijd, en zeker in de lagere klassen, trouwens toch "iets" anders dan tegenwoordig. Een treffend voorbeeld daarvan staat me nog steeds helder voor de geest, al kan ik me absoluut niet meer de namen van de betrokkenen herinneren:
We zaten toen nog in schoolbanken. Netjes verdeeld: jongen naast jongen, meisje naast meisje. Maar het gebeurde wel eens dat er tijdelijk kinderen uit een andere klas in onze klas erbij kwamen. En ja, dan was er wel eens een jongen of meisje "teveel". In het geval dat ik mij herinner was er een meisje "teveel", en omdat er in de klas een jongen alleen in een bank zat was hij de "natuurlijk aangewezene" waar zij dan maar naast moest gaan zitten. Maar nee: "Naast een meisje zitten?!? Geen denken aan!!". Argumenten als "In de tram zit een heer toch ook naast een dame" haalden niets uit. En om zijn standpunt nog eens extra duidelijk te maken legde hij pontificaal zijn been op de open plaats. Dus moest er een ander "slachtoffer" gezocht worden. Die was al gauw gevonden: want als "zoontje van meneer Beertema" mocht ik me natuurlijk niet laten kennen. Tsja. Dus verhuisde de jongen naast mij naar die andere bank, het meisje kwam naast mij zitten, ik voelde me flink opgelaten, maar het is allemaal goed afgelopen. ;-)
 
De trottoirs bij de school leenden zich prima voor knikkeren. Een bezigheid die we in die tijd ook met graagte beoefenden was om bij fietsen stukjes van de handvaten af te pulken en die dan met een brandglas in de fik te steken. Dat ging perfect, want die handvaten waren toen van celluloid.
 
Het "aangaan" van de school en het einde van het speelkwartier kon je niet missen: dan ging de bel. Dat was een grote koperen bel aan een zwarte ijzeren stang, die meestal door de concierge werd geluid; soms mochten een paar leerlingen het doen, en dat was een hele eer, dus daar werd om geknokt. Niet letterlijk, want dat mocht niet en het schoolhoofd (van der Togt) was heel streng.
 
Achter de school was een binnenplaats. Daar kwamen we eigenlijk nooit; ik denk dat dat niet mocht vanwege de buren, want die binnenplaats lag middenin een huizenblok. Er heerste dan ook altijd een serene rust. Op die binnenplaats stond een enorme kastanje (twee volgens Jan van den Berg), en als je de school uit kwam was er rechts achterin een rommelhok waarin onder meer een grote slijpsteen met een waterbak stond; dat ding boeide me mateloos, maar ik heb het nooit zien gebruiken en het stond ook weg te roesten.
 
Voor de school was de van Middellandtstraat. Dat was een heel kort straatje en als je dat uitliep kwam je op de Orteliuskade, wat toen het "einde van de wereld" was. Want daar hield Amsterdam op en daar, in de diepte, lag de polder met tuinderijen, een wereld compleet verschillend van onze stadswereld. Sinds 1973 ligt daar het Rembrandtpark. Op de hoek van de Van Middellandtstraat was het kleine en rommelige "bruine" winkeltje van Broodwinner, waar ze van alles en nog wat verkochten, maar waar het ons om ging waren de puntzakjes met zwart-op-wit (salmiakdrop in poedervorm); heerlijk, maar het werd altijd een viesbruine, plakkerige kliederboel van jewelste (wijsvinger in je mond natmaken, in het zakje dopen en dan aflikken).
 
Van de onderwijzers en onderwijzeressen kan ik me maar weinig meer herinneren. Alleen de namen van juffrouw de Jong (in die tijd de "eerste opvang in moeilijke tijden", oftewel de juf van de eerste klas), juffrouw Fiege, juffrouw Sinner, juffrouw Houtman, meneer Nak, meneer Meyst en uiteraard het schoolhoofd: meneer van der Togt, weet ik nog. En vanzelfsprekend natuurlijk "meneer Beertema", want ja, dat was mijn vader. Wie het boek "De Rivier" van Willem van Toorn heeft gelezen herinnert zich wellicht de passages waarin zij figureren. Overigens woonden zowel van der Togt als Fiege vlak bij ons in de buurt: in de M.H. Trompstraat, bij de Krommert (ik ben er trouwens pas veel later achter gekomen dat "Krommert" niet, zoals ik altijd had gedacht, de aanduiding was voor de bocht in de Admiraal de Ruyterweg, maar van het onooglijke watertje - restant van een oude poldersloot - daar ter plekke).
 
Van de Pieter Oosterleeschool zijn helaas maar heel weinig foto's overgebleven. De foto's links en midden - met mijn vader resp. moeder als onderwijzer(es) - zijn daar hoogstwaarschijnlijk genomen (de huizen op de achtergrond zijn vrijwel zeker huizen aan de van Spilbergenstraat). En alleen op de foto rechts - van een schoolreisje - staat een groot aantal (9) leerkrachten van de Pieter Oosterlee. Mijn vader (achteraan) is herkenbaar aan de sigaret in zijn mond. Daar was hij aan verslaafd en hij rookte ze ook thuis, waar de kinderen bij waren, maar dat gold als normaal in die tijd. Hij rolde ze zelf, met vloeitjes en tabak uit een pakje A! (spreek uit: A-één). Ik haalde ook wel eens een pakje tabak voor hem. Dat was erg makkelijk, want de winkel was aan de Adm. de Ruyterweg, schuin tegenover ons huis. Na heel veel aandringen van mijn moeder., die een hekel had aan dat vieze gedoe (de rooklucht ging ook hardnekkig in de vitrage zitten) is hij uiteindelijk overgestapt op pijproken, nog wel met een filter in de steel. Die filters hebben hem uiteindelijk de schellen van de ogen doen vallen, want bij vernieuwen kwamen ze pik- en pikzwart van de teer uit de steel. Toch heeft het roken hem uiteiiiindelijk de das omgedaan: hij overleed aan kanker, nog geen 64 jaar oud. Mijn moeder heeft hem 28 jaar overleefd.
 
 
Van mijn klasgenoten van toen weet ik - behalve de paar namen die ik hierboven heb genoemd - eigenlijk nauwelijks meer iets:
 
Met Attie Verburg ging ik nog wel eens mee. Hij speelde accordeon, wat ik toen nog prachtig vond. En knap. Zijn ouders hadden een luxe banketbakkerij / chocolaterie aan de Hoofdweg, vlak om de hoek van de Postjesweg, en direct daarnaast ook een dameskledingzaak.
Mijn moeder was gek op blonde Greetje, maar ik vond er maar weinig aan. Ria Ruisaard (één van de 3 zusjes Ruisaard die op de Pieter Oosterlee hebben gezeten) daarentegen vond ik het liefste meisje. Maar daar is het bij gebleven. ;-) Paula heb ik jaren later weer teruggezien, toen we tot ons beider verrassing in dezelfde klas van het lyceum (Christelijk Lyceum West, toen nog een gevestigd in een bouten noodgebouw) kwamen te zitten. Paula was kennelijk een sportief type, die in de jaren '60 topbasketbalster was, blijkens dit verhaal van een sportjournalist en neef van haar.
 
Tot slot was er een klasgenoot waarmee ik nog wel eens optrok, maar van wie ik (ook al) de naam kwijt ben. Die jongen was een aartsfantast: hij beweerde dat hij eens "alle banden van een vrachtwagen lek had gemaakt door er scheermesjes voor te leggen". Een brutaaltje was het ook: als we over de Hoofdweg liepen belde hij bij willekeurige etagewoningen aan, om na het opendoen met een variant op een destijds populaire reclameslagzin hard naar boven te roepen: "Mevrouw, hebt u het al gehoord? Vim krast en kan niet schuimen!".

Tot eind juni 1954 hebben we in de Roelantstraat gewoond, daarna zijn we naar Nunspeet verhuisd ("speelruimte voor de kinderen,, gezonde boslucht"). Daar hebben we 3 jaar gewoond, met vlak achter ons een heuvellandschap - fantastich voor kinderen, maar jaren later is dat landschap afgegraven om plaats te maken voor industrie... Mijn vader ging daar aan de ULO lesgeven. Hoewel het er goed was voor de kinderen, bevallen deed het wonen daar mijn ouders allerminst, vooral door het karakter van de dorpssamenleving, die uiteraard ook in de school sterk aanwezig was. . Al na drie jaar zijn we terug naar Amsterdam verhuisd. Mijn vader, die graag schilderijen maakte, heeft het bestuur van de ULO daarbij een stevige poets gebakken: hij gaf het bestuur een schilderij cadeau van het Veluws landschap, maar met een grote donderwolk erboven. Het schilderij werd in dank aanvaard, maar toen hem naar de betekenis van dat lich/donker werd gevraagd, was zijn antwoord: dat mooie, lichte landschap is de Veluwe; en die donkere lucht erboven is jullie loodzware geloof, dat als een een inktzwarte donderwolk boven die lieflijke Veluwe hangt. Daar kwam geen reactie op...

Mijn herinneringen aan de Pieter Oosterleeschool hebben tot reacties van een aantal oud-P.O.'ers geleid. Lenie Geerlings-Fakkeldij, Jan van den Berg, Jaap Zwart¹), Ed Koopal, Corry Damman-Ruisaard, Ria Hikke-Ruisaard, Jan Overdijk, Greet Lens Buhrer-Tavenier en Greetje Beekman hebben mij aanvullingen, correcties en soms ook foto's gestuurd. Enkelen van hen hebben een uitgebreider verhaal gemaakt van hun herinneringen aan de Pieter Oosterlee en me dat toegestuurd. Die persoonlijke verhalen heb ik - uiteraard met hun toestemming - op een aparte pagina gezet.
 
Veel later is er een heel bijzonder contact tot stand gekomen met een echtpaar waarvan beiden op zowel de Magalhaensplein kleuterschool als de Pieter Oosterlee hebben gezeten, alleen enkele jaren eerder dan ik: Ali v.d. Water en Kick (Chris) Koldewijn. Ali bleek een tuindersdochter te zijn uit de Sloterpolder achter de Orteliuskade. De elektrische overhaal/scheepslift in de Postjeswetering, waarvan ik het bestaan nooit heb geweten, tot het te laat was en hij was afgenboken. De reden is eenvoudig: het lag buiten het gebied waar ik van de lagere school uit kwam.. Die overhaal, achter de Ambachtsschool, wist ze zich nog heel goed te herinneren, want zoals ze schreef: "daar moest onze schuit dagelijks overheen gehaald worden, als de groenten naar de veiling werden vervoerd. Tijdens de vakantie mocht ik altijd mee."
 
¹)  
Jaap heeft een eigen website, "De Nostalgiekrant", met ook een heel stuk over de Pieter Oosterlee.

25 jaar Pieter Oosterleeschool
In 1955, bij het 25-jarig bestaan van de school, is er een bijzonder Rapportenboekje uitgebracht, met daarin van elke onderwijzer(es) een karikatuur. Zelf had ik het helaas niet meer. Daarom riep ik lezers hier op om, als ze dat boekje nog hadden, contact op te nemen. De kans achtte ik vrijwel nul. Maar toch, na ruim 10 jaar (!) kreeg ik een verheugend bericht: oud-P.O.'er Frank van Bronkhorst liet me weten dat hij het nog had. Een scan ervan staat nu op deze site: klik op de afbeelding. Met heel veel dank aan Frank voor het hiervoor beschikbaar stellen van dit unieke boekje.
 
Opmerkelijk is dat volgens dit boekje en volgens sommige bronnen de school in 1930 is gesticht, terwijl diverse andere bronnen vermelden dat het schoolgebouw aan de Orteliusstraat in 1931 is opgeleverd. Mogelijk is de school als onderwijsinstelling, welke uitging van de '"Vereeniging tot stichting en instandhouding van Chr. scholen te Sloterdijk" te Amsterdam West', tijdelijk - tot het schoolgebouw in gebruik kon worden genomen - ondergebracht geweest in een andere school van dezelfde Vereeniging.

Tot slot een opmerking:
Op deze pagina hebben eerder foto's gestaan waarvan ik dacht de dat ze op de Pieter Oosterlee waren genomen. Uit nader onderzoek is echter gebleken dat ze moeten zijn genomen op de Jan de Liefdeschool in Amsterdam (nu buurtcentrum De Boomsspijker), waar mijn vader in 1933 als onderwijzer is begonnen en tot zeker 1939 of 1940 heeft gewerkt ("kwekeling met akte" heette dat toen, wat een eufemisme was voor hard werken maar slecht betaald krijgen). Omdat er mogelijk nog lezers zijn die belangstelling voor die foto's is heb ik ze op deze site laten staan: Jan de Liefdeschool foto1 - foto2 - foto3 - foto4 - foto5.



|  lagere school {2}  |

(Stationslaan, Nunspeet)
1954-1955
Hiervan staat me eigenlijk niets meer bij. Ik kon me ook nog maar twee namen herinneren: Jannie Blom en Annie Hulsman, maar die zaten niet bij mij, maar bij mijn broer en zus in de klas. Annie's ouders hadden een tabakszaak op de hoek van de Dorpsweg en de Laan.
Het enige schoolgebeuren - als je dat al zo kunt noemen - dat me bij staat is dat er een keer voor een paar schoolklassen een film zou worden gedraaid in "de zaal van Krol". Nu was een film al heel wat in die tijd, zeker in Nunspeet. Maar die film bleek een diavoorstelling te zijn, en de "zaal van Krol" een schuur van een boer in het dorp...
Maar door die namen is het onwaarschijnlijke gebeurd en ben ik in contact gekomen met Jannie. En zij kon me aan andere namen helpen, vooral ook dankzij een krantenknipsel met de namen van geslaagden voor het verkeersexamen. Hopelijk komen uit dit lijstje weer meer contacten voort:
  • Jannie Blom
  • Ineke Bosman
  • Annie Hulsman
  • Rina Kluinhaar
  • Jansje van Olst
  • Marrigje Vlijm
  • Maas Hopman
  • Aart Koster
  • Jan Mulder
  • Dicky Stapel
Schoolhoofd: Hogeweg
 



|  lyceum {1}  |

Christelijk Lyceum Harderwijk
(Stationslaan, Harderwijk)
1955-1956
  • Judith van Mierlo (2e rij, 3e van links)
  • Henk Leemans (achterste rij, rechts)
  • Flip Boot


 
Nauwelijks herinneringen meer. Op bovenstaande drie na weet ik ook geen namen van klasgenoten meer, en al evenmin van leerkrachten. Eerste rij, 3e van links op de foto ben ik zelf.



|  lyceum {2}  |

Christelijk Lyceum West (Jan Tooropstraat, Amsterdam)
1956-1957
  • Paula Frugte
  • Jan Fey
Rector: Tollenaar

Zoals gezegd lag de Pieter Oosterleeschool destijds aan de rand van de stad. Jaren later is het achterliggende polderland opgespoten voor de bouw van de nieuwe wijken Geuzenveld, Slotermeer, Overtoomse Veld en Slotervaart. In die zandvlakte, "in the middle of nowhere", vlakbij de Ringdijk, stond een houten noodgebouw waarin het Christelijk Lyceum West was gehuisvest.
 
Vanwege de korte tijd dat ik daar gezeten heb, heb ik er heel weinig herinneringen aan. Wel dat "slootje dempen" in de pauzes een favoriete bezigheid was. Die slootjes dienden overigens voor de afvoer van het water waarmee het opspuitzand werd aangevoerd.
 
Van Jan Fey herinner ik me dat hij voortdurend bezig was "machines" te tekenen: de meest ingewikkelde contrapties van tandwielen, raderen, trechters, enz., zonder enige aanwijsbare functie of doel. Jan was ook de uitvinder van het "snafdiertje". Wie weet leest hij dit nog wel eens...
 
Van deze school heb ik geen enkele foto overgehouden.
 
Later kwam ik er achter dat twee van mijn collega's op het Mathematisch Centrum / CWI - Jan Kok en Chester Thomson - ook "rond mijn tijd" op het Christelijk Lyceum West hebben gezeten.



|  lyceum {3}  |

(Brahmsstraat, Amsterdam)
1957-1963
 
De nummers geven fotonummer / nummer op foto aan
  • Alie Loos  (1/7, 3/3)
  • Anke Smit  (1/24)
  • Annemarie Jansen  (1/8)
  • Ay Lan Tjoa  (2/21, 4/9)
  • Connie Kutsch Loyenga  (2/4)
  • Cora Hoogewoud  (2/2, 4/5)
  • Els Eijlander  (2/8, 4/2)
  • Gerdie Duijker  (3/2)
  • Heleen Stulen  (1/18)
  • Heleen Witvliet  (2/3)
  • Ineke Scholten  (2/10, 3/18, 4/4)
  • Jeannette Moolhuizen  (1/23, 5/11)
  • Jenny Stegeman  (1/21, 3/16)
  • Marchien Schaap  (3/11)
  • Marijke Kraayenhof  (2/24, 3/13, 4/1)
  • Marja van Rijswijk  (1/9, 5/6)
  • Marjan Hiemstra  (1/10)
  • Marjan Sweers  (2/17, 3/20, 4/6)
  • Marthe Voorhoeve  (2/19, 3/12, 4/7)  (†)
  • Mieneke Beertema  (2/20, 3/14, 4/10)
  • Rietje Hoogerwerf  (1/13)
  • Tineke van Beusekom  (1/19)
  • Toos Peeters  (2/6)
  • Truus Bosman  (1/22, 5/12)
  • Bert Samsom  (1/14, 5/20)  (†)
  • Cor Keers  (3/17)
  • Cor Spreeuwenberg  (1/16)
  • Hans Glashouwer  (2/12)
  • Hans Ponse  (1/?)
  • Henk de Vries  (2/13, 3/9, 4/14)
  • Herman Geerlings  (3/1, 5/17)
  • Herman Overweel  (3/24)
  • Hielke Faber  (2/14, 3/23, 4/16)
  • Jan Bron  (1/17, 5/19)
  • Jan de Kater  (3/19)
  • Jelte Strikwerda  (2/7)  (†)
  • Joe Sioe Liem  (2/23, 4/15)
  • Johan Baerents  (3/15)
  • John Admiraal  (3/7)
  • John Alma  (2/9, 3/4, 4/8)
  • Johan Vis  (1/4)
  • Joop Beertema  (2/22, 3/10)  (†)
  • Jord Hoetink  (1/11)
  • Karel Abma  (2/5, 3/5, 4/3)
  • Lex Sitter  (1/1, 5/14)
  • Loek Meijer  (1/5, 5/21)
  • Luc Stranders  (1/vrijwel buiten beeld naast 12)
  • Martin Brouwer  (1/6)
  • Niek van Lingen  (1/2, 5/15)
  • Paul Voskuyl  (3/21)
  • Peter Berning  (5/4)
  • Piet Beertema  (1/3, 2/18, 3/22)
  • Roger Basart  (1/15)  (†)
  • Theo Schouten  (1/20)
  • Ton Wessendorf  (2/11, 4/13)
  • Ton Kosters?  (3/24)
  • Wichert ten Have  (2/1)
  • Wim Baerts  (2/16, 3/6, 4/12)
  • Wim Klein  (2/15, 3/8, 4/11)
  • Wout Rodenburg  (1/12)
Foto's 4 en 5 heb ik van anderen gekregen. Zelf sta ik er niet op, wel leerlingen met wie ik in een andere klas heb gezeten.





foto 1: 2e klas?








foto 2: 3e klas?








foto 3: 5e klas?








foto 4: 3e klas?








foto 5: 6e klas 1961

Rector: Verboom; later: van Muyden
 
Conrector: van der Kolk
 
Concierge: Ringeling
 
Leerkrachten:
  • mw. Engel / Klassieke talen
  • mw. Eringa / Frans
  • mw. Huisman ("Ihr schlaft, Kinder!!!") / Duits
  • mw. Smit / Engels
  • van Asperen de Boer ("poepoog") / Scheikunde
  • Bouhuijs / Godsdienst
  • Breitenstein / Engels
  • Carlier ("meneer faftig") / Gymnastiek
  • van Duin / Klassieke talen
  • Geijtenbeek / Klassieke talen
  • Huisman / Klassieke talen
  • Janssen / Klassieke talen (foto 2)
  • Kuipers ("uche, uche") / Wiskunde
  • Leeuwenstein / Aardrijkskunde
  • van Lienden / Nederlands
  • van Maanen / Tekenen
  • Merthens / Muziek
  • de Rek / Geschiedenis (foto 3)
  • Terwee / Klassieke talen
  • van der Velden / Duits (foto 1)
  • Verbeek / Nederlands
  • Verschoor / Engels
  • Vogelensang / Wiskunde
  • Vunderink ("puntje verrek") / Natuurkunde
  • Weddepohl / Natuurkunde
  • ??? / Biologie



Herinneringen
 
In tegenstelling tot mijn herinneringen aan de Pieter Oosterleeschool zijn die aan het Hervormd Lyceum sterk fragmentarisch en beperken ze zich totnogtoe tot flarden van herinneringen aan o.a.:
  • De klasse-avonden bij verschillende leerkrachten, met name die - met dansen - bij mevrouw Eringa (die toen aan de Stadhouderskade woonde). De tijd van de plaatjes van de Crystals ("And then he kissed me"), Ronettes, Troggs, enz., en natuurlijk de befaamde "wall of sound" van Phil Spector.
     
  • De kleine schoolfeesten in de school, in de hal beneden. Waar je kon dansen op dixieland-muziek van de schoolband (Chicago Dixieland Pipers, met Geert van Keulen (klarinet), Martien Dillo (trompet), Hans Dillo (saxofoon), en een drummer van het Amsterdams Lyceum). Nou ja, dansen... het was er altijd zo barstensvol dat je je kont amper kon keren, dus bleef het bij schuifelen. Maarre... ging het vaak eigenlijk niet juist daarom? ;-)
     
  • De jaarlijkse grote schoolfeesten in Marcanti aan de Jan van Galenstraat, waar tegen de buitenmuur, een fraai beeldhouwwerk was bevestigd van een volledig naakte vrouw en idem man, "met alles d'ropen d'ran". Dat dat zo mocht in die tijd, zo aan de openbare weg, was best bijzonder,. Het schoolfeest en dansen was op de verdieping, en met de toen voor de meisjes gebruikelijke wijde rokken en petticoats was het devies voor de jongens: "niet omhoog kijken", temeer daar de trap naar de verdieping een open trap was. Uiteraard hielden alle jongens zich er keurig aan; nou ja, zo'n beetje... Strings waren er in die tijd overigens nog niet.
    Pas veel later (2026) hoorde ik, in een uiterst boeiende conversatie met De Westkrant meer over Marcanti. Ook tijdens het dansen op de schoolfeesten werd toezicht gehouden: als een jongen en meisje te close "dansten" (onderlijf tegen onderlijf gedrukt, borst tegen borsten, hij zijn handen op haar billen, zij met haar armen om zijn nek hangend, en zo samen ultrakorte pasjes makend om het in elk geval nog een beetje op dansen te laten lijken, het geheel bekend als "seksueel schuifelen"), dan werden ze door sommige toezichthouders al vrij snel op de schouder getikt en gingen ze "netjes dansend" verder. Nou ja, voor even dan... Andere toezichthouders waren overigens ruimer van opvatting. En bij de meisjes waren er die, ook al moesten ze op zo'n feestavond netjes gekleed gaan, zich maar al te goed uitdagend wisten te gedragen.
  • Uiteraard staan me nog de meisjes bij die korter of langer mijn vriendinnetje zijn geweest - al dan niet alleen in mijn eigen perceptie of (ook) in die vananderen. ;-) Van hen heeft alleen Ay Lan altijd een bijzondere plaats in mijn herinneringen gehouden. Met haar heb ik vanaf ±2000 nog af en toe contact gehad.
     
  • De dagelijkse "stille omgang": de pauzes waarin we ons dienden te verpozen middels een wandeling die beperkt moest blijven tot de trottoirs naast en achter de school.
     
  • Het napraten na schooltijd. Altijd kleine groepjes, vaak dezelfden. Fietsen uit de stalling (ging het hek op slot?), met de fiets aan de hand nog een tijdje napraten, en dan naar huis.
     
  • De waardeloze natuurkunde"lessen" van Vunderink. Wat hebben we een geluk gehad dat natuurkunde werd uitgeloot als eindexamenvak...
     
  • De "deftige" - of bekakte - mevrouw Smit. Toen ze een keer bij ons thuis kwam hield ze haar hoed op - dat scheen bij een "dame" te horen. Maar goed lesgeven, dat kon ze!
     
  • Juffrouw Engel, een mooie, sexy vrouw die van die kwaliteiten graag gebruik maakte. Ik zat in de klas in de op één na voorste bank, middelste rij, en vaak ging ze zo richting klas op het schrijfblad van de voorste bank zitten dat ze ons "enig inzicht" gunde. Ik vond het altijd een nogal gênante vertoning.
     
  • De altijd vriendelijke meneer Geijtenbeek. Werd door iedereen op handen gedragen. In schrille tegenstelling daarmee die andere leraar klassieke talen, meneer Janssen, wie het niet gegeven was orde te kunnen houden.
     
  • De gloeiende uitbrander die Wim Baerts van van Asperen de Boer kreeg toen hij het, net voordat de eerste scheikundeles begon, bestond om zomaar op eigen houtje Een Raam Te Openen: "Wie heeft jou toestemming gegeven om dat raam te openen, huh?! Eigengereid stuk meubel!!!".
     
  • De keer dat Henk de Vries tijdens de gymnastiekles bij de oefeningen aan de ringen feilloos het verkeerde moment voor de afsprong koos, op de grond kletterde en zijn pols brak.
     
  • De zeiltochtjes op de (Amstelveense) Poel. Mijn broer en zus zullen nooit het tochtje vergeten waarbij hun boot door een stuurfout omsloeg. De Poel was ondiep en modderig, dus ze roken verre van fris toen ze thuiskwamen...
     
  • Een fietstocht met de hele klas naar de Kennemerduinen en de Ruïne van Brederode. Ik heb er nog foto's van.
     
  • De diavoorstellingen die van Asperen de Boer af en toe gaf in de aula. Prachtig zoals die man kon fotograferen!
     
En zo nog veel, heel veel  meer ...



In de jaren dat deze pagina online staat heeft hij op het "HLZ-front" best al wat opgeleverd:
  • Met Ay Lan, Joe Sioe, Jenny, Wichert, Toos, Niek, John Alma, Luc en Peter Berning ben ik weer in contact gekomen; met name Ay Lan en Niek hebben voor flink wat correcties en aanvullingen op de namenlijst gezorgd en Niek ook voor aanvullingen over de schoolband.
  • Heel bijzonder was de mail die ik in 2017 van Luc Stranders kreeg: hij bleek degene te zijn die op foto 1 zo goed als helemaal buiten beeld valt. Dat kon hij zich nog goed herinneren en ook zijn trui herkende hij nog op de foto...
  • Naar Peter Berning heb ik heel lang moeten zoeken. Toen ik eenmaal contact met hem had klikte het meteen, en het werd ook nog eens een gouden greep. Want Peter bleek nog een boekje over het HLZ te hebben: "Klassenboek 1934-1996", met de namen van alle examinandi uit die jaren. Aan de hand daarvan kon ik te langen leste een paar bij de foto's nog steeds ontbrekende namen aanvullen en andere corrigeren, maar het ging me te ver om het te gebruiken om de "herinnerings- namenlijst" te completeren.
  • Door dat Klassenboek zit ik nu overigens wel met een vraagteken. Want daarin staat bij mijn eindexamenjaar (1963) een naam "Gerda Scheltes", en die naam zegt me helemaal niets. En Alie Loos ontbreekt, ook bij latere eindexamenjaren. Toch ben ik er zeker van dat nr. 3 op foto 3 Alie Loos is. Wie lost dit raadsel voor me op?
     
    Van degenen die hier genoemd staan en die zich ook op de voormalige oudleerlingen site van het HLZ hadden aangemeld, heeft helaas niemand ooit gereageerd op mijn via die site verstuurde mailtjes. Maar wie weet lezen ze dit nog eens...
  • Van verschillende van mijn oud-klasgenoten weet ik dat ze inmiddels zijn overleden, sommigen veel te jong. En ja, onontkoombaar zal dat ook voor mij gaan gelden.
Door puur toeval ben ik heel veel later, na mijn pensionering, toen ik als technisch vrijwilliger bij het oude Haarlemmermeer-stoomgemaal de Cruquius werkte, in contact gekomen met Ay Lan's zus Yoe Lan, die als rondleider met een groep de Cruquius bezocht.

 


|  reageren  |

Jammmer maar helaas: reageren, bijv. met commentaar, correcties of aanvullingen, of een verzoek om contact, is door wat eufemistisch als "persoonlijke omstandigheden" kan worden aangeduid, alsmede door de status van deze site niet meer mogelijk.



|  naschrift  |

Van mijn contact bij De Westkrant hoorde ik ook iets anders dat ik eerder niet wiest: dat het beeldhouwwerk aan de buitenmuur de titel droeg en in 1956 door Cephas Stauthamer was gemaakt. De naam "Danspaar" is natuurlijk best bijzonder, want het was, zeker in die tijd, toch bepaald niet gebruikelijk om letterlijk piemelnaakt te dansen. Nou ja, behalve misschien op toneels/podia in theaters en clubs in de rosse buurt. En ja, dat was wel de buurt waar, tegeover de Oude Kerk, Cephas Stauthamer woonde.
 
Marcanti is in 2023 afgebroken, maar de beeldengroep is eerst met grote zorg van de muur afgehaald en daarna opgeslagen, met de beoeling dat hij later een muur van de nieuwbouw zou sieren. Begin 2026 was nog niet bekend om welke nieuwbouw het zou gaan (Marcanti College?) en wanneer het Danspaar een muur daarvan zou sieren.
 
Tegenover Marcanti lag een groot driehoekig terrein, omsloten door de Jan van Galenstraat, de Kostverlorenvaart en het Westelijk Marktkanaal, met daarover de Jan van Galenbrug. Oorspronkelijk lag op dat terrein de stadsvuilnisbelt. Daarom kreeg de (bascule)brug daar in de Jan van Galenstraat, over de Kostverlorenvaart, net voor de aftakking van het Ooselijk Marktkanaal, de toepasse;ijke naam "Beltbrug". De belt is later afgegraven, waarna het terrein werd geëgaliseerd en met een laag sintels bedekt. Op dat sintelveld vond daarna de jaarlijkse kermis plaats. Het terrein kreeg daarom de naam "Kop van Jut", naar een traditionele kermisattractie "voor sterke kerels". Later werd er op het terrein een woonwijk gebouwd. Alle straten in die wijk dragen de naam "Marcanti". En zo leeft een roemrucht verleden voort.
 
Al schrijvende aan deze pagina kwamen nog allerlei herinneringen bovendrijven. In het scholenverhaal zijn die niet echt relevant, maar ik noem toch één herinnering: iedere zondag gingen pa en ma met ons naar oma in de Van Oldenbarneveldtstraat, warbij we elke keer ook langs Marcanti kwamen. En door de brede Frederik Handrikstraat. En juist in die straat werd de eerste gelede tram getest. Dat ging er heftig aan toe, met op maximum vermogen optrekken en noodstops. De blauwe Amsterdamse stadstrams waren in vergelijking met deze tram maar gezapige dingen. Interessant waren ook de proeven met de vangbeugel: een vooronder aan de tram hangende beweegbare beugel, die moest voorkomen dat iemand die per ongeluk voor de tram ten val kwam, door de tram werd vermorzeld: de vangbeugel klapte tegen de ongelukkige aan, draaide daardoor naar achteren en stelde al het remvermogen van de tram, met de wielremmen, railremmen (ijzeren blokken die tegen de rails werden gedrukt) en zandstrooiers (om de wrijving tussen de rails en de wielen en blokken te vergroten) in werking. Als passagier moest je je dan wel heel goed vastgrijpen om niet de hele tram door naar voren te worden geslingerd.
Speciaal voor met name de optrekproeven, waarbij de motoren enorm veel stroom trokken, was de bovenleiding, die overal in Amsterdam enkeldraads was, boven éé van de sporen dubbeldraads gemaakt, uiteraard met bijpassend grotere stroomtoevoer. Na het Frederik Hendrikplantsoen gerond te hebben reed de tram over het andere spoor, met enkeldraads bovenleiding, terug naar de remise.

 


|  tot slot  |

Ik denk dat we blij mogen zijn - ik ben het in elk geval wel - dat we onderwijs hebben genoten in een tijd dat dat nog "ouderwets" goed, met discipline, werd gegeven en klassikaal ging. Blij dat we de school hebben kunnen afmaken voordat de afbraak van het onderwijs werd ingezet. De afbraak die begon met de Mammoetwet en die daarna middels allerlei "vernieuwingen", bedacht door politici met slechts oog voor scoren op de korte termijn, in versneld tempo is voortgezet. Afbraak onder het mom van "verbetering", met als gevolg dat kinderen van nu zoiets basaals als de grammatica en spelling van het Nederlands niet of nauwelijks meer beheersen.
 
Hoe diep kun je als natie zakken? Maar niet alleen het onderwijs wordt gesloopt: de spelling treft hetzelfde lot, met 'dank' aan een club als de "Taalunie", die een gecomputeriseerde spelling erdoor drukt die zoiets als taalgevoel ongewenst maakt en uiteindelijk de nek omdraait. Spelling met o.a. de beruchte tussen-n-regel, de "regel met honderd uitzonderingen" en de misogyne regel dat vrouwelijke beroepsaanuidingen niet meer mogen, maar alleen mannelijke, wat dan eufemistisch als "genderneutraal" wordt verkocht en door de overheid als officieel wordt erkend. En in de geheel gecomputeriseerde spelling is voor zoiets nuttigs als "fuzzy logic" en logisch denken geen plaats meer. Voeg daarbij de even debiliserende als verslavende "smart"phones en zogenaamde "social" media, desinformerende websites en extremistische groeperingen en politieke partijen, en het is duidelijk waarom Nederland steeds verder achterop raakt in de wereld.
 
Is het echt allemaal zo negatief geworden? Niet alles gelukkig. Nog steeds zijn er weldenkende mensen, die niet als kippen-zonder-kop achter de domme massa aanlopen en voor het grote geld gaan. Kortom, er is nog hoop. In elk geval een beetje.



|  en dan nog ter afsluiting  |

Veel van de genoemde oud-klasgenoten zullen niet meer in leven zijn. Het is echter door allerlei latere ontwikkelingen (mobietjes, strakke maatregen op het gebied van privacy, zoeken waarbij je tegen steeds meer rectricties/blokkade oploopt, enz. hebben het zoeken naar het lot van oud-klasgenoten ondoenlijk gemaakt, reden waarom ik met dat zoeken (en vanwege mijn leeftijd) daarmee ben gestopt. Ik ben er zeker van dat achter een aantal van hen, en zeker de leerkrachten - en steeds meer - (†)  zou moeten staan. Het zal echter duidelijk zijn dat dat niet meer gaat gebeuren. Het werk is leuk geweest, maar het is toch echt achter de rug, en mijn leven misschien ook. Dat leven was in menig opzicht goed, maar aan alle goede dingen komt nu eenmaal een eind. Maar is het niet leuk voor nabestaanden en - al dan niet verre  - verwanten, en natuurlijk [nageslacht van] verre familieleden, om dit te lezen de foto's te zien?


graag wil ik al diegenen bedanken die hebben bijgedragen aan het verbeteren
en meer compleet maken van deze oud-klas/schoolgenoten pagina's


redsq